Geef het een jaartje

Toen ik stopte met de pil en mijn eerste eigen menstruatie keurig de maand daarop volgde, was ik hoopvol. Het gaf vertrouwen in mijn lijf dat blijkbaar nog wist wat het zonder de hormonen moest gaan doen. Het was even afwachten hoeveel dagen mijn cyclus gemiddeld zou tellen in deze natuurlijke modus en wanneer dus precies de vruchtbare dag(en) zou zijn. Sommige meiden kunnen op de dag nauwkeurig vertellen wanneer ze weer ongesteld worden. Zo precies was het bij mij niet, maar het wasvoor mijn gevoel wel regelmatig genoeg. Mijn cyclus varieerde tussen de 28 en 32 dagen ongeveer. We konden dus redelijk goed mikken op de vruchtbare dagen. 

De eerste maand dat het niet lukte was balen. Natuurlijk kenden we de kansen en was het best heel reëel dat het niet in één maand zou lukken, maar toch. Balen gewoon. En dan weer door. Op naar de volgende maand. En zo duurde het voort. Van al deze maanden dat het niet lukte, was de tweede helft van de maand het moeilijkst: de vruchtbare dagen waren geweest en je vraagt je af of een van de zaadjes dan nu wel het eitje had gevonden? Een menstruatie of het uitblijven daarvan zou hierop antwoord geven. En dat duurt dan nog twee weken. Uit voorzorg leefde ik deze weken als ware ik zwanger: geen alcohol, geen rauw vlees, etc. Alles wat je kunt doen om ook maar te voorkomen dat het alsnog mis zou gaan, doe je. Ook al weet je wel beter dat dat in deze fase nog weinig uit maakt. Het is het enige waar je nog enigszins grip op lijkt te hebben: je lichaam in een zo goed mogelijke staat houden zodat het daar in ieder geval niet aan kan liggen. 

Wanneer ik dan weer ongesteld werd, gaf me dat vaak een dubbel gevoel. Allereerst natuurlijk die enorme teleurstelling: weer dat klote bloed. Weer niet gelukt. Voor de man is het ook vervelend, maar jij bent als vrouw degene die altijd als eerste en altijd alleen ontdekt dat het weer mis is. Je zit altijd alleen op het toilet als je weer dat ongewenste rood op je papier ziet. En zo’n menstruatie houdt geen rekening met wanneer jij toe bent aan het incasseren van weer een tegenslag. Misschien ben je thuis, misschien op kantoor, misschien op een feest, misschien op een congres. En dan móét je weer door. Want die vergadering is nog niet klaar, of het feest is nog niet afgelopen, of je hebt je huis vol visite. Dus je huilt op het toilet, droogt je tranen en snuit je neus met het wc-papier, en stapt met een lach weer uit dat ellendige hokje. Elke maand wordt die teleurstelling erger, je incasseringsvermogen minder en het verdriet en de angst groter… gaat het nog wel lukken?

De andere kant van het dubbele gevoel is dat een menstruatie ook een soort opluchting gaf. En dat klink natuurlijk best onnozel, want uiteraard ben je niet opgelucht dat het weer niet is gelukt. Maar wat ik al schreef: die twee laatste weken van de maand zijn gewoon echt heel pittig en worden steeds zwaarder. Als die dan voorbij zijn – dan maar met een menstruatie – werkt dat ook wel bevrijdend op een bepaalde manier. Je weet nu in ieder geval weer even waar je aan toe bent. Vaak namen we een lekker biertje – want dat kon nu weer – en kwam er weer een strijdlustig gevoel in me op: op naar de volgende vruchtbare dagen! Even de app checken, wanneer mogen we weer?

Ondertussen had ik natuurlijk wel al een beetje zitten lezen over wat je kunt doen om kansen op een zwangerschap te vergroten. Zo schijnt het niet handig te zijn om elke dag gemeenschap te hebben, maar om de dag. Goed voor jezelf zorgen ook, dus voldoende bewegen en gezond eten. Mentaal zorgen dat je rustig blijft (on-mo-ge-lijk). Ovulatietestjes doen, allebei bepaalde vitamines slikken, en op de kop hangen na een vrijpartij. Oh nee, dat laatste zou geen effect hebben. Maar hey, het kan ook geen kwaad toch? 

We hadden met elkaar afgesproken dat we het echt een jaartje zelf wilden proberen voordat we mogelijk naar de huisarts zouden gaan. 80% van de jonge, gezonde stellen is immers na een jaar gewoon zwanger. Ik zit in de leeftijd (toen 32) dat iedereen om je heen zo’n beetje kinderen krijgt (of een tweede, of een derde…). Dus in zo’n jaar waarin je iedere maand weer een beetje hoop verliest, is er voor je gevoel ook iedere maand wel iemand die je met pijn in je hart moet feliciteren. Want ja, natuurlijk gun je het een ander, en natuurlijk ben je blij voor vriendinnen, maar je gunt het jezelf ook. En blij zijn voor een ander wordt ook echt steeds moeilijker. Het is oneerlijk. En daar kan niemand wat aan doen. Ik vond mezelf ook echt een minder leuk mens worden: hoezo had ik er moeite mee dat een ander het geluk wel gegund was? Wat was ik voor slappe trut dat ik het niet op kan brengen écht blij te zijn voor een ander? Want verstandelijk was ik blij voor anderen, omdat ik vond dat dat zo was. Maar van binnen huil je, schreeuw je, hoop je… dat mensen ooit jou mogen feliciteren. Op het moment dat vriendinnen mij belden met ‘ik belde jou eerst maar even, voordat ik het in de groep vertel’, werd ik dan ook zo verdrietig. Dat is natuurlijk hartstikke lief, maar tegelijkertijd dacht ik: jeetje, nu ben ík degene die gebeld moet worden om de klap wat minder hard aan te laten komen… Na twaalf teleurstellingen was ik dan ook echt toe aan die zo gevreesde volgende stap: naar de huisarts. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *